Vrouwmens

Jan Dircxsz van der Clijff aan Guillermo van der Voort, 12 februari 1667; Stadsarchief Amsterdam, toegang 172: Familie Backer, inv.nr. 465.

Vaders die zorgen hebben om een zoon die niet wil deugen, zijn van alle tijden. Maar zelden horen we die zorgen uit vervlogen eeuwen uit de eerste hand. In 1667 schrijft Jan Dircxsz van der Clijff aan een neef die hem helpt om het huwelijk van zijn zoon Jan met Anna Harmens Kistemaecker te verhinderen. Vader laat een akte opmaken en stuurt die naar Breda om zo een “schadelijck en schandelijck huwelijck” te verhinderen met “soo een staeltge”.

“Tis wel waer dat ick behoorde daer wijser in geweest te hebben te meer omdat Jan we meermaellen soe heeft willen trouwen al hoewel het noch soo schandelijck niet geweest soude hebben als met dese maer ons bedunckens was dat hij het nu niet meer soo mal soude beginnen te meer omdat hij nu wat ouder begint te worden over sulcx had hoop dat hij nu wijser wesen soude maer dus doende soude de laetste dwaling erger sijn als de eerste soodat ick niet en weet wat mij noch met hem sullen aenleggen. Soo doende wenste ick maer dat wij hem af konden schepen na oosindien toe. En alsoo hij te Breda in de melitie is weet ick niet hoe dat hij daervan ontslagen sal worden en over sulcx soo ben ick bekommert dat hij hem met vrouwmens hoe lancx hoe meer noch sal verloopen.” 1

De ironie van de geschiedenis wil dat Jan Dircxsz van der Clijff “dat vrouwmens” toch als schoondochter kreeg. Op 19 juni 1693 trouwt Jan van der Klijf, weduwnaar van Annetje Hermans, met Johanna Reneth.2

Met Jan is het toch nog goed gekomen. Jan Jansz van der Clijf wordt in 1672 vermeld als brandewijnverkoper op de Botermarkt in Leiden.3

 

  1. Stadsarchief Amsterdam, toegang 172: Familie Backer, inv.nr. 465.
  2. Leiden, toegang 1004: NH ondertrouw, inv.nr. 25, fol. AA233.
  3. Erfgoed Leiden e.o., Index op bier- en brandewijnverkopers 1655–1818.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *